Vlaanderen

Artikel 170bis van de Algemene kinderbijslagwet

De vrije kinderbijslagfondsen en de bijzondere kinderbijslagfondsen mogen geen onroerende goederen verwerven of er afstand van doen zonder vooraf machtiging daartoe te hebben gekregen van de minister bevoegd voor Sociale Zaken, op advies van het beheerscomité van FAMIFED. De machtiging van de minister wordt geacht te zijn verkregen als geen beslissing is genomen binnen een termijn van twee maanden na de datum van de aanvraag van het kinderbijslagfonds.

Zij mogen bovendien haar tegoed en beschikbare gelden slechts gebruiken voor de verwezenlijking der verrichtingen met het oog waarop zij werden erkend overeenkomstig artikel 23 of ingesteld bij toepassing van artikel 31.

Het tegoed en de beschikbare gelden welke niet tot dit doeleind zouden worden gebruikt dienen te worden belegd in fondsen waarvan de lijst door de Minister van Financiën wordt opgemaakt."

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 133 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft aan het artikel 170bis de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de woorden "bevoegde minister" worden vervangen door de woorden "minister bevoegd voor Sociale Zaken";

2° de woorden "bijzondere fondsen" worden vervangen door de woorden "bijzondere kinderbijslagfondsen;

3° de woorden "De Rijksdienst voor Kinderbijslag voorWerknemers" worden vervangen door het woord "FAMIFED";

4° de woorden "het fonds" worden vervangen door de woorden "het kinderbijslagfonds".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top