Artikel 18 van de Algemene kinderbijslagwet

Onverminderd de bepalingen van artikel 101, sluiten de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten zich bij geen enkel kinderbijslagfonds aan, maar verlenen rechtstreeks aan hun personeel de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie bij deze wet voorzien of krachtens deze verplicht gemaakt. Het bedrag en de voorwaarden waaronder zij worden toegekend, zijn tenminste even gunstig als die van de bijslag, verplicht uitgekeerd door de kinderbijslagfondsen.

De openbare instellingen bedoeld in artikel 3, 2°, die krachtens een wet of een koninklijk besluit verplicht zijn zelf de gezinsbijslag te verlenen, moeten zich enkel bij een kinderbijslagfonds aansluiten, indien deze verplichting niet geldt ten aanzien van al hun personeelsleden. Indien het gaat om een autonoom overheidsbedrijf, kan de verplichting om zelf de gezinsbijslag te verlenen, bij gebrek aan een wet of een koninklijk besluit, worden opgelegd door de statuten van de onderneming maar enkel worden toegepast op het personeel dat statutair in dienst is.

De in artikel 32, eerste lid, bedoelde werkgevers worden van rechtswege bij de in dat artikel bedoelde Rijksdienst voor de sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aangesloten. Het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de door deze Rijksdienst uitgekeerde kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie zijn ten minste even voordelig als die van de bijslagen welke door de Staat aan zijn personeelsleden verleend worden.

Onverminderd de bepalingen van artikel 101, verlenen de N.V. van privaatrecht B.I.A.C. alsook zijn rechtsopvolgers rechtstreeks de gezinsbijslagen aan hun personeelsleden bedoeld bij artikel 1,15° van het koninklijk besluit van 27 mei 2004 betreffende de omzetting van B.I.A.C. in een naamloze vennootschap van privaatrecht en betreffende de luchthaveninstallaties. Zij moeten zich niet aansluiten bij een kinderbijslagfonds voor de hiervoor vermelde personeelsleden. Het bedrag en de voorwaarden waaronder zij worden toegekend, zijn ten minste even gunstig als die van de bijslag toegekend door de Staat aan zijn personeelsleden.

Van kracht vanaf 1.7.2002 behalve ten aanzien van de R.T.B.F. voor wie het tweede lid in werking treedt op 1.1.2003 - Wet van 2.8.2002, art. 45 (B.S. 29.8.2002).

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 14 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid, worden de woorden "enkele compensatiekas" vervangen door de woorden "enkel kinderbijslagfonds";

2° in hetzelfde eerste lid, worden de woorden "compensatiekassen voor kinderbijslag" vervangen door het woord "kinderbijslagfondsen";

3° in het tweede lid, wordt het woord "kinderbijslaginstelling" vervangen door het woord "kinderbijslagfonds";

4° in het vierde lid, wordt het woord "compensatiekas" vervangen door het woord "kinderbijslagfonds".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top