Vlaanderen

Artikel 56decies van de Algemene kinderbijslagwet

§ 1. Is rechthebbende op kinderbijslag tegen de bedragen, bepaald bij artikel 40, de werknemer of de zelfstandige die van zijn vrijheid is beroofd krachtens een veroordeling, een maatregel van voorlopige hechtenis of een beslissing genomen bij toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en de gewoontemisdadigers, indien hij in de loop van de twaalf maanden die zijn vrijheidsberoving onmiddellijk voorafgaan de voorwaarden heeft vervuld om aanspraak te maken op ten minste zes maandelijkse forfaitaire bijslagen krachtens deze wet.

§2. Indien het recht op kinderbijslag afhankelijk is van de voorwaarde dat het kind deel uitmaakt van het gezin van de werknemer of de zelfstandige, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn wanneer het kind deel uitmaakt van dit gezin op de dag waarop de werknemer of de zelfstandige van zijn vrijheid wordt beroofd.

Nochtans kan de bevoegde minister of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid die hij aanduidt, in behartenswaardige gevallen beslissen dat het kind, opgenomen in het gezin van de werknemer of de zelfstandige in de loop van de detinering, de voorwaarde vervult, bepaald in het vorige lid.

De bevoegde minister heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van FAMIFED in te winnen.

§3. De detinering moet plaats hebben in België.

De bevoegde minister of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid die hij aanduidt kan echter in behartenswaardige gevallen deze voorwaarde opheffen.

De bevoegde minister heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van FAMIFED in te winnen.

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 60 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd :

a) het woord "werknemer" wordt vervangen door de woorden "werknemer of de zelfstandige";

b) de woorden "deze wetten" worden vervangen door de woorden "deze wet";

2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd :

a) in het eerste lid wordt het woord "werknemer" telkens vervangen door de woorden "werknemer of de zelfstandige";

b) in het tweede lid, worden de woorden 'minister van Sociale Zaken of de ambtenaar van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu" vervangen door de woorden "bevoegde minister of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid" en wordt het woord "werknemer" vervangen door de woorden "werknemer of de zelfstandige";

c) in het derde lid, worden de woorden "de Minister van Sociale Zaken" vervangen door de woorden "de bevoegde minister" en worden de woorden "de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers" vervangen door het woord " FAMIFED";

3° in paragraaf 3, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) in het tweede lid, worden de woorden 'minister van Sociale Zaken of de ambtenaar van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu" vervangen door de woorden "bevoegde minister of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid";

b) in het derde lid, worden de woorden "Minister van Sociale Zaken" vervangen door de woorden "bevoegde minister" en worden de woorden "de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers" vervangen door het woord " FAMIFED".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top