Artikel 91/3 van de Algemene Kinderbijslagwet

    De erkende vrije kinderbijslagfondsen laten de bedragen van de onverschuldigde betalingen die vanaf 1 januari 2015 ter kennis worden gebracht of oninvorderbaar worden verklaard of waarvoor vanaf diezelfde datum van terugvordering wordt afgezien, ten laste van de deelentiteiten overeenkomstig de door de deelentiteiten gezamenlijk vastgestelde aanknopingsfactoren voor de financiële tenlasteneming, in de volgende gevallen :

    1° wanneer afgezien wordt van terugvordering omdat die uit sociaal oogpunt niet raadzaam is;

    2° bij toepassing van artikel 119bis;

    3° wanneer terugvordering technisch onmogelijk blijkt;

    4° bij toepassing van artikel 22, § 3, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde.

    De bedragen van de onverschuldigde betalingen die vóór 1 januari 2014 ter kennis werden gebracht, blijven in de gevallen bedoeld in het eerste lid, echter ten laste van de reservefondsen van de kinderbijslagfondsen, indien deze vanaf 1 januari 2015 oninvorderbaar worden verklaard of indien voor deze bedragen vanaf diezelfde datum van terugvordering wordt afgezien.

    Het Samenwerkingsakkoord van 14 juli 2016 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de aan de kinderbijslagregelgeving aan te brengen wijzigingen, art. 8 (B.S. 20.3.2017), met uitwerking met ingang van 1 januari 2015, heeft een artikel 91/3 ingevoegd, luidende:

    "De erkende vrije kinderbijslagfondsen laten de bedragen van de onverschuldigde betalingen die vanaf 1 januari 2015 ter kennis worden gebracht of oninvorderbaar worden verklaard of waarvoor vanaf diezelfde datum van terugvordering wordt afgezien, ten laste van de deelentiteiten overeenkomstig de door de deelentiteiten gezamenlijk vastgestelde aanknopingsfactoren voor de financiële tenlasteneming, in de volgende gevallen :
    1° wanneer afgezien wordt van terugvordering omdat die uit sociaal oogpunt niet raadzaam is;
    2° bij toepassing van artikel 119bis;
    3° wanneer terugvordering technisch onmogelijk blijkt;
    4° bij toepassing van artikel 22, § 3, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde.

    De bedragen van de onverschuldigde betalingen die vóór 1 januari 2014 ter kennis werden gebracht, blijven in de gevallen bedoeld in het eerste lid, echter ten laste van de reservefondsen van de kinderbijslagfondsen, indien deze vanaf 1 januari 2015 oninvorderbaar worden verklaard of indien voor deze bedragen vanaf diezelfde datum van terugvordering wordt afgezien."

    Datum van publicatie
    Datum van afkondiging
    Top