CO 808 van 20 juli 1967 - Interpretatie van KB 7 van 18 april 1967 (uittreksels)

    (...)

    VI. A. Het recht op de wezenuitkeringen tegen de verhoogde schaal

    Het artikel 56bis, aangevuld krachtens artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 7 bepaalt dat (...) § 2 niet toepasselijk is, wanneer de wees door zijn overlevende ouder verlaten is.

    Hieruit volgt dat wanneer de wees door zijn overlevende ouder verlaten is, hij op het voordeel van de wezenuitkeringen tegen de verhoogde schaal (artikel 50bis) aanspraak kan maken, zelfs indien laatstgenoemde trouwt of een huishouden vormt.

    (...)

    De rechtspraak met betrekking tot het begrip van verlating blijft van toepassing.

    B. De berekening van de kinderbijslag

    De wezen die de verhoogde bijslag genieten worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de kinderbijslag waarop een werknemer, ingevolge zijn arbeid of een weduwe1 , krachtens artikel 56quater, recht heeft.

    Deze bepaling bestond reeds vroeger binnen het bestek van artikel 56bis; zij werd aangepast wegens het ontstaan van nieuwe rechthebbenden (artikel 56quater, weduwe2 n van een werknemer of van een gepensioneerde werknemer).

    VIII. Artikel 56quater (artikel 11).

    A. Toekenningsvoorwaarde.

    1. Wanneer de weduwe van een werknemer of van een gepensioneerde werknemer, die een recht opent krachtens artikel 56quater, in mededinging komt met een andere rechthebbende die het recht op de bijslag voor dezelfde kinderen opent, zal artikel 64 de voorrangsrechthebbende bepalen.

    2. Wanneer een weduwe van minder dan 45 jaar kinderen heeft die gerechtigd zijn kinderbijslag te genieten, is zij gerechtigd het overlevingspensioen te ontvangen, zoals dit bepaald is bij de ter zake geldende wetgeving.

    Derhalve, wanneer een weduwe die deze voorwaarden vervult, aan een kinderbijslagfonds een document vraagt dat het haar mogelijk maakt het overlevingspensioen te bekomen, reikt het kinderbijslagfonds haar een getuigschrift uit waarop vermeld is dat de kinderen rechtgevend zijn op de kinderbijslag op voorwaarde dat de weduwe werkelijk het overlevingspensioen ontvangt.

    Wanneer een kinderbijslagfonds een getuigschrift van een pensioeninstelling ontvangt verklarend dat het overlevingspensioen zal toegekend worden, op voorwaarde dat de kinderen kinderbijslag genieten, mag het kinderbijslagfonds overgaan tot de betaling van de kinderbijslag, wanneer alle andere voorwaarden vervuld zijn.

    3. Voor al de bij de C.O. nr. 724 van 20 januari 1964 bedoelde gevallen die niet opgelost zijn bij toepassing van de nieuwe bepalingen van artikel 56quater, dit wil zeggen:

    a) wanneer de kinderbijslag toegekend werd krachtens artikel 53 (broeders en zusters);

    b) wanneer de weduwe geen recht heeft op een overlevingsuitkering terwijl zij kinderbijslag genoot ten voordele van haar eigen kinderen of van opgenomen kinderen zal de Rijksdienst verder de gewone kinderbijslag uit zijn reservefonds toekennen.

    (...)

    XII. Artikel 62 (art. 16)

    Wat de leerlingen betreft sluit de uitdrukking "het aan de leerling toegekende loon" die in het nieuw artikel 62, § 2, 3°, voorkomt uit dat men voortaan nog rekening houdt met de fooien, in de mate waarin zij geen loon vormen krachtens een leerovereenkomst.

    • 1
    • 2Lezen weduwnaar(s) of weduwe(n), cf. C.O. 1179, art. 56quater.
    Top