Artikel 10 BVR Rechtgevend kind

Op het moment van de verdwijning moet het kind rechtgevend zijn op gezinsbijslagen als vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 1° tot en met 3°, van het Groeipakketdecreet van 2018, of krachtens de regelgeving van een andere deelentiteit, buitenlandse wets- of reglementsbepalingen of regels die van toepassing zijn op het personeel van een volkenrechtelijke instelling.

De gezinsbijslagen worden voor ten hoogste vijf jaar toegekend vanaf de eerste dag van de maand van de verdwijning van het kind, als het niet de leeftijd van 21 jaar of van 25 jaar heeft bereikt, al naargelang het rechtgevend was conform artikel 8, §2, eerste lid, 2° of 3°, van het voormelde decreet op het ogenblik van de verdwijning.

Besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2022 tot vaststelling van maatregelen voor gelegenheidsarbeiders voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021 ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid en tot wijziging van diverse besluiten over de toelagen in het kader van het gezinsbeleid - hoofdstuk 5 - artikel 30 - inwerkingtreding 25.03.2022

In artikel 6, tweede lid, artikel 7, eerste lid, artikel 9, eerste lid, artikel 10, eerste lid, artikel 11, vierde lid en artikel 12 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

gearchiveerde versie (01.01.2019 – 24.03.2022)

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top