Vlaanderen

Artikel 11 BVR Rechtgevend kind

De gezinsbijslagen worden verder toegekend aan de persoon of personen die vlak voor de verdwijning de begunstigde of begunstigden voor het verdwenen kind waren.

Kinderen die voor zichzelf begunstigde waren, hebben geen recht op gezinsbijslagen tijdens de periode van verdwijning.

Als de personen die voor de verdwijning de begunstigden voor het verdwenen kind waren, overlijden voordat er een einde aan de verdwijning komt, kan de persoon die het ouderlijk gezag verkrijgt bij vonnis, als begunstigde aangewezen worden.

Voor het kind dat al als verdwenen wordt beschouwd op 31 december 2018,  blijft de bijslagtrekkende,  vermeld in artikel 69,  §1 van de Algemene Kinderbijslagwet van 19 december 1939,  de bijslagtrekkende vanaf 1 januari 2019 tot er zich een wijziging voordoet op het vlak van de verdwijning zelf.  In dat geval worden de bepalingen voor de aanwijzing van de begunstigden en de regels van de uitbetaling overeenkomstig boek 2, deel 4, titel 1, hoofdstuk 1, en boek 2, deel 4, titel 2, hoofdstuk 1, toegepast. De bepalingen van boek 2, deel 4, titel 2, hoofdstuk 3 zijn van toepassing zowel op de bijslagtrekkende als de begunstigde.

Het kind heeft recht op gezinsbijslagen conform artikel 210 van het decreet van 27 april 2018.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top