Vlaanderen

Ministerieel besluit van 20 oktober 2020 tot vaststelling van de procedure voor de verificatie van de winstgevende activiteit en de uitbetaling van sociale uitkeringen voor de studenten, schoolverlaters, het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst en het kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte (B.S. 30.10.2020)

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op: - het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, artikel 8, §1, eerste lid, 1°, §2, tweede lid, en §3, tweede lid; - het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen, artikel 15, 24, §4, artikel 30, 33, derde lid, en 47, §1, 3°.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 8 juli 2020. - De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2020/31 gegeven op 8 september 2020. - De Raad van State heeft advies 67.811/1 gegeven op 25 augustus 2020, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Juridisch kader

Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het Besluit Gegevensverwerking Toelagen Gezinsbeleid van 19 juli 2019.

 

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

  1. agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 3, §1, 4°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
  2. besluit van 5 oktober 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.

Hoofdstuk 2. Verificatie prestaties rechtgevend kind

Art. 2. Met toepassing van artikel 3 van het Besluit Gegevensverwerking Toelagen Gezinsbeleid van 19 juli 2019 wordt de winstgevende activiteit en de uitbetaling van sociale uitkeringen voor de volgende personen, vermeld in artikel 15, 30, 36 en 41 van het besluit van 5 oktober 2018, via authentieke gegevensbronnen of via digitale databanken geverifieerd:

  1. studenten;
  2. schoolverlaters;
  3. het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst;
  4. het kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte.

Het agentschap kan praktische en technische richtlijnen vastleggen over de informatie die geverifieerd wordt.

Art. 3. Conform artikel 3 van het Besluit Gegevensverwerking Toelagen Gezinsbeleid van 19 juli 2019 vraagt de uitbetalingsactor de ontbrekende informatie alleen op bij de begunstigde als de authentieke gegevensbronnen of digitale databanken niet alle nodige informatie bevatten om op een correcte wijze het recht op gezinsbijslag vast te stellen.

Het agentschap kan praktische en technische richtlijnen vastleggen voor de informatie die verstrekt moet worden.

Art. 4. Als de controle via authentieke gegevensbronnen of via digitale databanken een indicatie geeft dat de toegelaten activiteitsgrenzen overschreden zullen worden, kan de betaling van de gezinsbijslag uitgesteld worden tot het moment waarop een definitieve verificatie van het recht mogelijk is.

Als de gegevens van de authentieke gegevensbronnen of digitale databanken onvolledig zijn en de precieze vaststelling van het recht niet kan gebeuren, kan de begunstigde die gegevens aanvullen met bewijsstukken om de definitieve verificatie van het recht, vermeld in het eerste lid, mogelijk te maken.

Een elektronische berichtgeving ontvangen over een sociale uitkering op basis van een Belgische of buitenlandse regeling over ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, werkloosheid of loopbaanonderbreking als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, is een indicatie dat er een beletsel is voor de uitbetaling van de gezinsbijslag of de maandelijkse zorgtoeslag voor het kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte in de maand in kwestie.

Het agentschap kan in praktische en technische richtlijnen vastleggen wat geldt als een indicatie, een beletsel en een bewijsstuk als vermeld in het eerste tot en met het derde lid.

Hoofdstuk 3. Formulieren

Art. 5. Om het recht op gezinsbijslagen als vermeld in artikel 33, eerste en tweede lid, van het besluit van 5 oktober 2018, vast te stellen, stelt het agentschap een model van attest op voor het opvragen van de studiegegevens voor het rechtgevend kind die elektronisch niet beschikbaar zijn.

Het attest bevat al de volgende gegevens:

  1. de voor- en achternaam en de geboortedatum van het kind;
  2. de woonplaats van het kind;
  3. de onderwijsinstelling;
  4. de studie die het kind volgt;
  5. het academiejaar;
  6. de begin- en einddatum van de opleiding;
  7. de vakantieperiodes;
  8. de aard en het type onderwijs dat het kind volgt;
  9. het aantal lesuren dat het kind volgt;
  10. het aantal studiepunten dat het kind opgenomen heeft;
  11. de gevolgde stages;
  12. de eindverhandelingen;
  13. de toelagen of uitkeringen die het kind ontvangt.

Het agentschap kan praktische en technische richtlijnen vastleggen over de informatie die opgevraagd moet worden.

Art. 6. Het attest van de vrijwilligersorganisatie, van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 47, §1, 3°, van het besluit van 5 oktober 2018, bevat al de volgende gegevens:

  1. de voor- en achternaam en de geboortedatum van het kind;
  2. de woonplaats van het kind;
  3. de periode en de plaats van het verblijf van het kind buiten België;
  4. de hoedanigheid van het kind tijdens de periode van verblijf buiten België als schoolverlater met mogelijk recht op gezinsbijslag gedurende twaalf maanden conform artikel 8, §2, eerste lid, 3°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, en artikel 40 van het besluit van 5 oktober 2018;
  5. de reden van het verblijf van het kind buiten België tijdens de periode van twaalf maanden, vermeld in artikel 40 van het besluit van 5 oktober 2018: vrijwilligerswerk verrichten, opleiding of stage volgen;
  6. de erkenning van de toestemming voor het verblijf van het kind buiten België tijdens die periode door de vrijwilligersorganisatie, door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  7. de naam en het adres van de vrijwilligersorganisatie, van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  8. de naam, de gedateerde handtekening en de contactgegevens van het verantwoordelijke diensthoofd van de vrijwilligersorganisatie, van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  9. de stempel ter authenticatie van de vrijwilligersorganisatie, van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling.

Het agentschap stelt een model van attest als vermeld in het eerste lid, op en kan praktische en technische richtlijnen vastleggen voor de informatie die verstrekt moet worden.

Hoofdstuk 4. Slotbepaling

Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top