Artikel 24 van de Algemene kinderbijslagwet

Een koninklijk besluit zal de reglementen bepalen die, in elk geval, aan de statuten moeten gehecht zijn, bij het indienen van de aanvraag tot toelating.

De straffen die de aangesloten werkgevers, sociale verzekeringsfondsen, alsmede de personen, aan wie de bijslagen verschuldigd zijn of moeten uitbetaald worden, desgevallend zullen oplopen, namelijk in geval van bedrog, zullen het voorwerp uitmaken van een bijzonder reglement dat moet aangenomen worden, 't zij door de algemene vergadering der leden, 't zij door de daartoe gemachtigde beheerraad.

Deze straffen dienen wezenlijk te worden toegepast, onverminderd, voor het geval dat bedrog zou zijn gepleegd:

a) de verplichting voor de bedrogpleger, de bijdragen of gedeeltelijke bijdragen welke niet betaald werden te vereffenen of de ten onrechte ontvangen sommen terug te betalen;

b) de vervolgingen vóór de rechtbanken en zo nodig de veroordeling tot de straffen voorzien in het Sociaal Strafwetboek.

Onverminderd het recht om ze te innen door de gewone rechtsmiddelen, mogen de vrije kinderbijslagfondsen de sommen die moeten betaald worden als geldboeten voorzien door het reglement op de strafbepalingen of als ten onrechte ontvangen bijslagen door de personen aan wie de bijslagen verschuldigd zijn of moeten worden uitgekeerd, van het bedrag der verdere bijslagen afhouden.

Nochtans, mogen de afhoudingen, welke geschieden als voornoemde geldboeten, niet hoger zijn dan één vijfde der bij iedere vervaldag uit te keren bijslagen.

De opbrengst der genoemde geldboeten zal voor de helft gestort worden aan FAMIFED.

Overeenkomstig artikel 91, § 2, e), wordt het overschot naar het reservefonds van het betrokken vrije kinderbijslagfonds overgedragen.

Het reglement betreffende de controle treedt maar in werking na goedkeuring door de minister bevoegd voor Sociale Zaken.

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 24 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het tweede lid, worden de woorden ", sociale verzekeringsfondsen," ingevoegd tussen de woorden "de aangesloten werkgevers" en de woorden "alsmede de personen";

2° in het derde lid, b) worden de woorden "bij benedenstaand artikel 156" vervangen door de woorden "in het Sociaal Strafwetboek";

3° in het vierde lid, wordt het woord "compensatiekassen" vervangen door het woord "vrije kinderbijslagfondsen";

4° in het zesde lid, worden de woorden "de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers" vervangen door het woord "FAMIFED";

5° in het zevende lid, wordt het woord "vrije" ingevoegd tussen het woord " betrokken" en het woord "kinderbijslagfonds";

6° in het achtste lid, worden de woorden "minister van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "minister bevoegd voor Sociale Zaken".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top